Lees- en luistervaardigheidsonderwijs in Nederland ziet er vaak als volgt uit: de docent deelt oefenmateriaal uit of speelt de geluidsfragmenten af, de leerling oefent, er wordt nagekeken, de docent geeft een cijferindicatie, eventueel volgt er een positieve opmerking, en dat was het. Hoewel dit een veelgebruikte werkvorm is, waarbij de docent ook nog eens de tijd heeft wat nakijkwerk te verrichten, is het mij onduidelijk de leerling hier precies van geleerd zal hebben.

Zoals Henneman & Van Calcar (1999, zoals beschreven in Levende Talen Tijdschrift, sept 2012) stellen, traint het huidige leesvaardigheidsonderwijs leerlingen in het beantwoorden van vragen bij een tekst. Je zou dan ook kunnen zeggen dat oefeningen zoals hierboven beschreven niet echt een oefening, maar eerder een toets zijn.

Hoe dan wel? Dialogisch leren is een interessant alternatief. Hierbij gaan leerlingen een dialoog aan, eerst met de tekst, waarbij ze zich vragen stellen tijdens het lezen, en daarna met klasgenoten, waarbij ze hun vragen en hypotheses uitwisselen. Zo biedt dialogisch leren de ruimte om standpunten uit te wisselen, waardoor echte communicatie ontstaat en verschillende visies bespreekbaar zijn.

Dialogisch leren (reciprocal teaching) is vanuit cognitief perspectief gezien interessant, aangezien diverse onderzoekers stellen dat dialogisch leren kan helpen de kritische denkvaardigheden van onze leerlingen te verbeteren (Nystrand, Alexander, Gamoran et al). Sociaal-constructivistisch gezien heeft het meerwaarde omdat het de leerinhoud betekenisvol maakt en je automatisch aansluit bij de belevingswereld van je leerlingen (Haworth). Tenslotte draagt dialogisch leren bij aan de vaardigheden van je leerlingen om op een wenselijke manier deel te nemen aan de democratische samenleving, waarbij ze naast kritisch leren denken, ook communicatieve vaardigheden ontwikkelen, leren respecteren en reflecteren (Frijters, Ten Dam et al). De link naar De Block (zie zowel [De Kubus Van De Block] als [Voor Wie Doen We Het Eigenlijk?]) ligt voor de hand.

Het in Levende Talen Tijdschrift (sept 2012) besproken onderzoek lijkt aan te tonen dat dialogisch leren de leerlingen hielp de tekst beter te begrijpen. De tekst wordt trager en in groepsvorm gelezen, waarbij vragen stellen, samenvatten, ophelderen van betekenissen en voorspellen wat er in de volgende alinea zal staan centraal staat.  De tekst is zo niet meer slechts een bron voor antwoorden op de bijgeleverde vragen, maar een bron voor samenwerken, discussiëren en betekenis geven. Een nadeel is dat docenten en leerlingen even moeten wennen aan deze methode en hij daardoor in eerste instantie veel tijd vergt. De winst zit er uiteraard in dat je ook spreek- en luistervaardigheid oefent in die tijd.

Misschien iets om op school met elkaar over in dialoog te gaan?