actiefmettaalAuteurs: Dieuwke de Coole, Anja Valk
ISBN 978-90-469-0198-4

Praktische boeken, daar hou ik van. Dit is er weer zo een. In dit boek vind je een stap voor stap beschrijving van 65 werkvormen. Deze zijn overzichtelijk geclusterd volgens de vier vaardigheden, met bovendien een extra sectie voor werkvormen die speciaal toegespitst zijn op woordenschatonderwijs. Een deel van de werkvormen is vrij gangbaar, maar de auteurs bieden bij elke werkvorm opties tot variatie. Soms gaan de beschrijvingen ook gepaard met theoretische verdieping. Soms zijn ze vernieuwend, steeds bruikbaar, vaak degelijk, af en toe verrassend.

Dit boek is daarom bij uitstek voor de beginnende docent een ontzettend prettig handboek. De eerste jaren van je onderwijspraktijk kun je, als je eens wilt variëren in werkvormen (en wij hopen natuurlijk allemaal dat je dat wilt doen), dit boek pakken, open slaan, bladeren, en binnen vijf minuten heb je een idee van wat je kunt gaan doen. De rest van je voorbereiding kun je je dan richten op de inhoudelijke kant van je les, waardoor je jezelf een hoop tijd bespaart maar toch niet steeds dezelfde les geeft.

Toch is het zeker geen boek dat alleen voor starters geschikt is. Juist omdat er zoveel werkvormen in staan, zullen ook de meer ervaren leraren plezier aan dit boek beleven. Die ene werkvorm die je vergeten was, staat er namelijk ook in. Net als een bruikbare variatie op een werkvorm die je al jaren gebruikt. Bovendien staan er echt ook voor de meest gelouterde docent wel een werkvorm in die hij of zij nog niet kende.

Enkele hoogtepunten? Bij de sectie Lezen worden veel mogelijkheden tot dialogisch leesonderwijs geboden. “Ieder een vraag” (§10) is in dit deel denk ik mijn favoriet. In de sectie Luisteren vond ik de uitleg over het verschil tussen verstavaardigheid en begripsvaardigheid verhelderend. De “Bingo” (§6) en de inzetbaarheid ervan bij bijvoorbeeld grammatica-onderwijs sprak mij hier zeer aan. De veelzijdige inzetbaarheid van de werkvorm maakt dat voor “Strookjes op volgorde leggen” (§8) het zelfde geldt. Bij Spreken behoren “Zoek iemand die…” en “Kom naast me zitten” (respectievelijk §1 en §8) tot mijn favorieten. Kort, activerend en de leerlingen zijn echt bezig met de taal. Van het Schrijven is “Dictoglos” (§3 en §4) er een die eruit springt. Hierin komen zo ongeveer alle principes waarvan ik denk dat ze cruciaal zijn in het onderwisj samen in een uitdagende en zeer activerende werkvorm. Maar ook “Lieve Mona” (§7) is natuurlijk een leuk alternatief voor een standaardles. Over het vijfde deel van het boek, waarin Woordenschat centraal staat, kan ik kort zijn: dat is simpelweg verplichte leeskost voor elke docent.

Wat ik, afrondend, een absoluut genot vind aan dat boek, is hoe Valk en De Coole de theorie, strategieën en verdieping op een speelse, bondige manier aanbieden. Zo wordt er middels de handige pictogrammen regelmatig een koppeling gemaakt naar de oefeningentypologie van Neuner, bijvoorbeeld. Ook is, mede hierdoor, het bij veel van de opdrachten makkelijk om te zien voor welke doelgroep de werkvorm geschikt is. Ook is het door de variatie en tips makkelijk te schakelen tussen beginnende en meer gevorderde leerlingen. Er is daarnaast veel afwisseling in de groepsgrootte en de benodigde lestijd waarin de werkvormen uitgevoerd dienen te worden. Tot slot biedt het boek een heldere en overzichtelijke bijlage waarin alle ERK-niveaus beschreven staan en waarnaar bij elke werkvorm wordt verwezen. Ja, dit boek is duidelijk een aanrader!