Gevleugelde uitspraken zijn we in het onderwijs wel gewend. “De lat hoger leggen” lijkt de laatste tijd een van de favoriete adagia te zijn. Maar wat betekent dat eigenlijk?

Het beeld komt natuurlijk uit het hoogspringen. Door de lat hoger te leggen, gaat de atleet vanzelf hoger springen, is de gedachte. Maar… is dat wel zo? Zou je, als je je atleten hoger wilt laten springen, niet eerst en vooral meer aandacht aan het stuk vóór de sprong moeten besteden? Aan de voorbereiding dus? Moeten we ze niet een langere, of juist een andere aanloop laten nemen? Of, wat de sprong betreft, betere techniek bijbrengen? Uitleggen hoe het springen in zijn werk gaat? Ze het afzetpunt laten bepalen dat voor hen persoonlijk het meest efficiënt is? Laten ervaren waar en op welke manier de lat het makkelijkst te passeren is? Van elkaar laten leren? Hen er van verzekeren, ten slotte, dat, of ze nu over de lat heen springen of niet, er een mat klaar ligt om hen op te vangen?

Door ons te focussen op de lat, lopen we het risico de atleet te vergeten. En zeg nou zelf, waar draait het om in het onderwijs: om de lat, of om de atleet?

Aernout Casier, 10-01-2013

fosbury adjusted

[*Haring sprak op het Fontys Docentevent van 10-01-2013]