Elke docent maakt elke les, bewust of onbewust, een of meerdere didactische keuzes. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de doelen die hij zichzelf of zijn leerlingen stelt, de stof die hij wil behandelen of de werkvormen die hij hanteert.

De Gentse didacticus Alfred de Block heeft enkele verschillende leerdoelen geïdentificeerd en deze in een overzichtelijke kubus weten te vangen. In zijn kubus zien we de hiërarchie en samenhang tussen enkele aspecten van de didactiek, maar ook worden de verschillende categorieën binnen die gebieden duidelijk gemaakt. De Block maakt onderscheid tussen gedragsniveaus, inhoudsniveaus (leerinhouden) en transferniveaus (leereffect), die hij vervolgens weer onderverdeeld heeft.

 

kobus

De pijlen geven weer wat volgens De Block de hiërarchie op elk van de drie vlakken is. Integraal, fundamenteel & algemeen leren beschouwt hij – met andere woorden – als de ultieme vorm van leren. Maar wat houdt dat dan precies in?

Als we de pijlen volgen, zien we dat attitudes, integreren en een algemeen leereffect centraal zouden moeten staan. Kort gezegd betekent dit dat de leerling zich aan het eind van de rit niet alleen de leerinhoud, maar ook het leerproces eigen gemaakt heeft. Volgens De Block stelt de ideale docent zichzelf dus tot doel om zijn leerlingen niet alleen feiten, begrippen, relaties en structuren aan te leren, maar traint hij hen vooral om de juiste methodes en attitudes te ontwikkelen, zodat zij uit zichzelf het gedrag vertonen dat het beste past bij de situatie waarin ze zich bevinden. Bovendien probeert de docent zijn les zo in te richten dat de opgedane kennis niet alleen voor zijn eigen vak van belang of toepasbaar is, maar ook voor andere vakken te gebruiken is, en liefst zelfs buiten school zijn relevantie vindt.

Zo raakt De Block aan een zorg waar ik in [mijn Blog] verder op in ga.