1] Aanschouwelijkheidsprincipe:
Indien mogelijk is het altijd waardevol om het leerproces van je leerlingen te ondersteunen door ze het geleerde zintuiglijk te laten  waarnemen. Je kunt hierbij denken aan concrete waarnemingen (voorwerp meenemen, iets voordoen), aan audio-visuele waarnemingen (graag aangevuld door eigen ervaringen van je leerlingen) en afbeeldingen.

2] Differentiatieprincipe:
Het is, zowel voor jezelf als voor jouw leerlingen, zeer belangrijk je te allen tijde te beseffen dat de klas waar ze in zitten niet een geheel vormt, maar een verzameling individuen is. Er zijn, met andere woorden, verschillen tussen onze leerlingen, ook al zitten ze in dezelfde klas. Benader je klas daarom zo min mogelijk als een geheel. Als je voorbij gaat aan de verschillen, bied je hen niet allemaal de beste kansen. Over differentiatie later meer.

3] Motivatieprincipe:
Als je je leerlingen weet te motiveren, zal dat hun leerproces niet alleen versnellen maar ook versterken. Motiveren kan intrinsiek en extrinsiek. Het spreekt voor zich dat intrinsieke motivatie tot de beste resultaten leidt. Maak je onderwijs dus relevant voor hen. Sluit aan bij hun belevingswereld. Daag ze uit. Maak ze nieuwsgierig.

4] Beperkings- en Geleidelijkheidsprincipe:
Het is belangrijk je te beseffen dat je je doelen, zowel per les als over één of meerdere jaren, zult moeten beperken. Je kunt je leerlingen nou eenmaal niet alles aanleren. Ook zul je moeten accepteren dat je die doelen niet altijd meteen zult halen. Heb dus geduld met je leerlingen en streef ernaar dat zij de door jou geselecteerde doelen geleidelijk zullen halen. In de beperking toont zich de meester 😉

5] Activiteitsprincipe:
Onder “activiteit” verstaan we uiteraard meer dan oefeningen maken alleen. Er zijn natuurlijk verschillende oefeningsvormen denkbaar, maar je kunt je leeringen ook activeren door hun denkactiviteit uit te dagen, bijvoorbeeld. Door je leerlingen actief met de stof om te laten gaan, wordt het geleerde relevanter en komen eventuele hiaten in hun kennis aan het licht. Houd in het hoofd dat er verschillende individuen in je klas zitten. Er zullen dus ook verschillende behoeftes aan activiteiten zijn. En verschillende vormen om te activeren. Door te variëren bedien je hen uiteindelijk allemaal.

6] Integratieprincipe:
Idealiter sluit hetgeen je je leerlingen aanleert aan bij wat ze al weten of geleerd hebben. Je biedt ze op deze manier een kapstok waaraan ze de nieuwe kennis op kunnen hangen, waarin ze samenhang tussen verschillende stukken leerstof kunnen ontdekken. Die samenhang kan verticaal (binnen je vak) en horizontaal (transfereerbaar naar situaties in een breder geheel) zijn. Horizontale integratie is volgens De Block het hoogste wat je als docent met je didactiek kunt bereiken.

7] Herhalingsprincipe:
Als je erin slaagt gedurende je les meerdere malen, met een variatie aan vormen, je lesstof te herhalen, ondersteun je het leerproces van je leerlingen optimaal. Het is van belang je te realiseren dat dit herhalen het meest effectief is als je het spreidt over langere tijd.

Brein