We proberen onze leerlingen een taal te leren met als doel dat ze die taal kunnen gebruiken. In eerste instantie binnen, maar later ook buiten de muren van de school. Naast lees-, luister- en schrijfvaardigheid, proberen we ze ook spreekvaardigheid bij te brengen. Maar spreekvaardigheid is natuurlijk nooit het einddoel van onze lessen Engels. Immers, spreken is zilver, communiceren is goud. Wat we niet willen is, met andere woorden, leerlingen afleveren die de taal die wij ze bij hebben proberen te brengen niet toe kunnen passen. Of, zoals George Bernhard Shaw het ooit treffend verwoordde: “The trouble with her is that she lacks the power of conversation but not the power of speech.”

Ter aanvulling op de lesideeën voor spreekvaardigheid vind je hier daarom bij dezen ook enkele werkvormen die te gebruiken zijn om de gespreksvaardigheid van onze leerlingen te bevorderen. Ik heb in eerste instantie drie vormen uitgelicht waar ik zelf met veel plezier gebruik van maak. Deze probeer ik in deze Prezi met behulp van woord en beeld kort uit te leggen.

Deze drie werkvormen lenen zich daarnaast zeer goed voor variatie en voor allerlei doeleinden. Daarom suggereer ik voor elk van de drie ook nog enkele mogelijkheden om te variëren. In een poging het geheel overzichtelijk te houden, heb ik een tiental extra variatiesuggesties niet in de Prezi, maar hieronder geplaatst.

Heel veel plezier en succes gewenst!

Extra variatiesuggesties (vervolg op de Prezi)

Tandwielen

3] Je kunt ervoor kiezen de tandwielen afzonderlijk van elkaar of allemaal tegelijkertijd te laten draaien.
4] Door de leerlingen in de groepjes te plaatsen waarin je ze de discussie of bepaalde standpunten hebt laten voorbereiden, waarborg je dat er in het midden een discussie aan de gang blijft. Een spontane discussie is natuurlijk ook gewoon mogelijk.
5] De voorbereiding kan thuis plaatsvinden, of in de klas. Dat kan dan met behulp van internet (een soort webquest) of juist klassikaal, individueel en in groepjes.
6] De leerlingen kunnen alle rollen voorbereiden, of (per groepje) slechts één rol, enzovoorts.
7] Deze werkvorm werkt ook prima met literaire werken.
8] Maak een leerling gespreksleider.

Fishbowl discussion

3] Ter differentiatie is het een aanrader om de stellingen van verschillend moeilijkheidsniveau te maken en dan van relatief gemakkelijk naar moelijk te gaan. Eventueel kun je hierop je groepsindeling aanpassen.
4] Als alternatief voor de “guest seat” kun je een leerling uit de buitenste kring een leerling uit de kom “af” laten tikken en diens rol over te nemen. Ook hiervoor geldt dat dit vaak de interactie verhoogt.

Expertmethode

3] Je kunt de groepjes beschikking over internet of een joker geven, zodat als ze ergens niet uitkomen, ze jou in kunnen schakelen. Het werkt het best als deze joker een fysiek object is, zodat je hem ook echt in kunt nemen.
4] Je kunt meer nadruk op het samenwerken/het proces laten leggen door ook hierop te laten reflecteren. Ze zullen zich meer bewust worden van de rol die ze innemen in de klas, wat zowel hen als jou in staat stelt ze op hun rol aanspreken.
5] Een competitie-element: Laat elke groep, voor ze uit elkaar gaan in deel 1, opschrijven welke 5 elementen cruciaal zijn voor begrip van hun onderwerp. Aan het einde van deel 2 moet de klas als geheel (exclusief de betreffende expertgroep) samenvatten wat ze geleerd hebben. Worden alle 5 de elementen genoemd?
6] Een variatie op 5]: Geef aan het einde van deel 2 (dus als de groepen uit experts op verschillende vlakken bestaan en elkaar ingelicht hebben) een quiz over de onderzochte onderwerpen. Welke groep scoort het best?