het-bijdehandboek-henriette-coppes-9789044129120-voorkantAuteurs: Henriette Coppes & Marlies Rikhof-Van Eijck
ISBN 978-90-441-2912-0

Veel vakdidactische werken die je leest zijn óf heel praktisch, óf heel theoretisch. Dit boek combineert beide, maar voegt er een derde element aan toe: de werking van de hersenen.
Aan de hand van 7 principes van het onderwijs, leggen de auteurs de basale fysiologie van de hersenen uit. Daarnaast wordt consequent de vertaalslag gemaakt naar concrete (verrassend bruikbare) werkvormen en 7 aanbevelingen. Zo ga je van “state management” via “meervoudige intelligentie” en “sociaalconstructivisme” naar “de drie stadia van het leren” en “mindfulness”. En dat allemaal in een bijzonder leesbaar, vernieuwend boek. Een absolute aanrader voor wie eens out of the box wil denken!

Maar, wat zijn die 7 principes van het onderwijs dan, hoor ik je vragen. In het kort komt het erop neer dat om goed te kunnen leren, je volgens de auteurs
1] in de juiste state of mind moet zijn;
2] het liefst samen met anderen leert;
3] op een betekenisvolle manier op alle 8 intelligenties uitgedaagd wordt;
4] ontwikkelingsfase in rekenschap genomen wordt;
5] gestimuleerd en gesteund wordt bij het aanbrengen van samenhang in de stof;
6] de juiste omgeving, tijd en rust nodig hebt;
7] uitgedaagd moet worden.

Klinkt simpel hè? En logisch? Helemaal mee eens. En toch… Zijn wij er dagelijks mee bezig om aan deze randvoorwaarden te voldoen? En hoe vaak koppelen wij ons lesgeven aan de beschikbare informatie die hersenonderzoek ons opgeleverd heeft? Professor Robert Jan Simons, waarover hier meer, zou op dit punt waarschijnlijk op aansluiten door docenten aan te sporen tot het creëren van “dopamineverslaafde” hersenen, bijvoorbeeld.

Coppes en Rikhof-Van Eijck voegen daarnaast de daad bij het woord door deze 7 principes, elk in een eigen hoofdstuk, volgens een vaste structuur uit te werken. Terwijl ze dat doen, maken ze de koppeling naar hersenonderzoek, naar theoretische achtergronden en concrete werkvormen met groot gemak.

Het boek is hiermee voor verschillende typen lezers uitermate geschikt. Wil je alleen weten wat die 7 principes inhouden? Lees de samenvatting aan het einde van elk hoofdstuk. Wil je juist meer weten over de hersenen en hoe zij het leerproces van je leerlingen mede bepalen, dan lees je de tekstvakken. Wil je variëren in werkvormen, ook dan kom je in dit boek uitgebreid aan je trekken. Sterker nog, soms word je dan zelfs uitgedaagd om, eventueel met behulp van andere intelligenties dan je gewend bent aan te spreken, de werkvormen toepasbaar te maken voor jouw eigen schoolvak. En dat lukt, voor Engels in elk geval, zo goed als altijd.

(Noot: natuurlijk ben ik me ervan bewust dat er evenveel voorstanders als tegenstanders zijn waar het de uitkomsten van hersenonderzoek en hun toepasbaarheid voor het onderwijs betreft. Ook hier zal ik in een later stadium verder op in gaan.)