Kolb:

  • De doener wil het liefst zo snel mogelijk aan de slag. Al doende leert hij. Hij vind het niet erg om te vallen en op te staan.
  • Een denker werkt veel liever vanuit een abstract kader en wordt graag intellectueel uitgedaagd. Denkers werken over het algemeen het liefst zelfstandig en vanuit de theorie.
  • De dromer leert snel vanuit identificatie. Hij vindt het interessant om een probleem vanuit allerlei kanten te bekijken en concreet te ervaren hoe iets werkt. Vaak komen ze tot steeds nieuwe oplossingen en ingangen.
  • Beslissers, tenslotte, combineren abstract denken graag met experimenteren. Zij gaan graag probleemoplossend te werk binnen een helder kader

Vermunt:

  • Iemand met een betekenisgerichte leerstijl zoekt verbanden in de studiestof en probeert zo structuur in die stof aan te brengen. Ze maken hierbij zelf keuzes voor wat ze belangrijk vinden en leren vaak vanuit interesse.
  • Als je een reproductiegerichte leerstijl hebt, leer je vaak uit het hoofd, herhaal je met regelmaat en werk je gedetailleerd. Vaak zijn ze vooral op het resultaat (diploma’s of zichzelf uittesten) gericht.
  • Leerlingen die een toepassingsgerichte leerstijl hebben proberen datgene wat ze leren op een concrete manier te verwerken door het in de praktijk toe te passen. Ze zijn bij het studeren vaak gericht op hun toekomstige beroep.
  • De student met een ongerichte leerstijl werkt graag samen en heeft weinig houvast aan wat de docent aanbiedt. Deze student wil stimulerend onderwijs en is vaak onzeker. Hierdoor is het lastig zich volledig in te zetten.

Zelf een test doen? Dat kan bijvoorbeeld [hier]. Laten we niet vergeten dat het hier om voorkeursleerstijlen gaat, en dat de meesten van ons van alle leerstijlen wel wat hebben.