Zaterdag jongstleden op de Leraren met Lef-manifestatie, sprak ook onze minister van onderwijs enkele minuten en deed ze wat ideeën van de hand. Vandaag staat dit stuk op de website van de NOS. Ik kan niet anders dan toch even op haar plannen reageren.

Het is geweldig dat men ook in Den Haag de noodzaak (h)erkent om het onderwijs in Nederland aan te pakken. De inhaalslag die gemaakt moet worden is inderdaad groot maar niet onoverzichtelijk. Zoals bewegingen als Leraar met Lef bewijzen, is er bovendien een groeiend draagvlak in het veld om ons onderwijs in beweging te krijgen. Via allerlei sites wordt informatie uitgewisseld. Daarnaast groeien de inzichten in zowel hoe jongeren(-breinen) werken als in wat er werkt in het onderwijs, dagelijks. Het onderwijs komt in beweging.

Dus, wat stelt de minister dan voor? Het zaterdag gepresenteerde voorstel is om “de royale BAPO-regeling” af te schaffen. In ruil hiervoor moet er meer geld gestoken worden in de begeleiding van nieuwe docenten. Klinkt logisch, toch? Ja, wellicht. Maar zijn die jonge docenten nou echt de rem op onderwijsvernieuwingen in Nederland? Of zou die rem misschien meer zitten in de docenten die al even voor de klas staan, moeilijker de tijd kunnen vinden om bij te scholen, de voeling met de leerlingen lijken te verliezen en af dreigen te haken? De docenten, bovendien, die geen kind zijn van de 21e eeuw? Is het dan niet logischer om, als je het onderwijs een impuls wilt geven, te zorgen dat bijscholing goed geregeld is? Dat docenten gemotiveerd blijven? Dat de professionaliseringsuren op een zinnige manier worden ingevuld? Zij zijn het immers die de eerstelijnsopvang zijn voor onze docenten in opleiding, die hun ervaring mee geven, die richting geven aan aanstaande carrières in het onderwijs. Vergeet daarom, alsjeblieft, juist de middengroep niet!

Het artikel waar ik hierboven naar verwijs komt op mij over als een staaltje denken uit de categorie “het werkt in het buitenland dus het zal hier ook werken”.  Precies het soort denken waar Sahlberg in zijn boek voor waarschuwt. Zoals Sahlberg aangeeft, ligt in Finland veel nadruk op de (academische) professionaliteit van de docent. Finland is op het gebied van onderwijs een toonaangevend land. Dus, zo lijkt de gedachte van de minister, moet dat hier ook. Wat de minister echter over het hoofd lijkt te zien, is dat Nederland een ander land is dan Finland en dat de cultuur hier anders is. Een belangrijk obstakel is bijvoorbeeld dat het docentschap in Nederland een vrij statusloos beroep geworden is. Ik geef toe, wij dragen hier zelf aan bij door veel te klagen, maar ook de publieke opinie (wij hebben veel vakantie, ouders leggen veel verantwoordelijkheid bij leraren en scholen) en de politiek (veel veranderingen/onrust) helpen niet mee om het vertrouwen te krijgen dat nodig is om de status van het beroep van leraar te herstellen. Dáár ligt volgens mij de sleutel naar de oplossing van het probleem.

Laten we daarom samen, met behulp van good practices, met minder klagen, met vernieuwde, positieve energie, met gebruik en het delen van de beschikbare inzichten het onderwijs in het positieve daglicht stellen dat het verdient. Dan winnen we het vertrouwen terug en komen de beste studenten vanzelf.