Sociale media zijn overal om ons heen. Constant. Ze bieden daarom een enorm potentieel om mensen te bereiken. Bedrijven zien dit al, overheden zien dit al, artiesten zien dit al. In het onderwijs kijken we nog te veel toe. Met bijvoorbeeld Facebook (FB) en Twitter, maar, zeker in het beroepsonderwijs, ook met LinkedIn, staan ons krachtige tools ter beschikking. Bovendien vormen ze een directe ingang tot de belevingswereld van onze leerling.

Ik heb dit studiejaar een Facebook-project gedraaid met mijn studenten. Niet alleen omdat ik constateerde dat dat een natuurlijke leefomgeving voor ze is geworden, maar ook omdat FB veel potentieel heeft: het is interactief, biedt kansen om een learning community te realiseren en door het geschreven karakter, kunnen leerprocessen inzichtelijk worden gemaakt. Het stelt je leerlingen in staat om in een natuurlijke setting schrijfvaardigheid te oefenen. Daarnaast heb je de kans digitale hulpmiddelen als filmpjes, websites, plaatjes en online spellen met groot gemak te integreren en aan te bieden. Bovendien kun je, door met enige regelmaat iets te posten, je leerlingen informeel laten leren en de effectieve leertijd zo verlengen.

De leerlingen/studenten lezen, posten, reageren, passen hun posts aan. Hun kennis en begrip volgt een vergelijkbaar traject. Belangrijke voorwaarde om dit allemaal in goede banen te leiden is dat je toeziet op een juist gebruik van het medium. Dat de virtuele leeromgeving even veilig is als die van je klaslokaal. Dat je je ervan bewust bent dat geschreven feedback anders over (kan) komen dan als je diezelfde feedback uitgesproken had. Dat je ze uitnodigt om mee te doen, positief stimuleert en niet te druk maakt om kleine foutjes. Dat je ze serieus neemt en duidelijk maakt dat je hun bijdragen gezien hebt.

Mijn praktijk: ik heb met mijn Fontys e-mailadres een FB-account aangemaakt. Ik heb daarna groepen gevormd waarin de content te vinden zou zijn. Voor elke module een groep waarin de studenten konden posten (learning-community) en een waarin de inhoud opvraagbaar was. Binnen zeer korte tijd was iedereen lid en waren de meesten actief. Toen heb ik gedurende de periode de leerstof in kleine porties online geplaatst. Zo kon ik mijn studenten prikkelen, in beweging houden en triggeren om te reageren en mee te doen.

Mijn ervaring: hogere resultaten, hogere betrokkenheid, motivatie en meer eigenaarschap van de studenten. Hierdoor werd ik ook gestimuleerd om extra leermiddelen te zoeken en te ontwikkelen. Ook de studenten zagen, om zeer vergelijkbare redenen, het gebruik van Facebook als meerwaarde en hebben gevraagd om een vervolg. Net als andere vakgroepen hebben enkele ouderejaars het idee overgenomen en passen het in hun eigen onderwijspraktijk ook toe, met vergelijkbare resultaten. Een zeer praktische meerwaarde van het inzetten van sociale media in je onderwijspraktijk is, ten slotte, dat je je leerlingen nauwelijks hoeft te motiveren om aan schrijfvaardigheid te doen. Het gebeurt online, en ze willen meedoen.

Facebook (of een alternatief als Edmodo) voor content (extra (grammatica-)oefeningen of nieuwsfragmenten, bijvoorbeeld). Twitter om te prikkelen of om huiswerk door te geven. LinkedIn voor bewustwording van hun (aankomende) professionele identiteit en bijbehorende gesprekken/discussies. Maar je kunt bijvoorbeeld ook denken aan Mindmeister of Mindomo om collectief een mindmap te maken. Of Wordle voor een wordcloud. Of blogs om langere (opiniƫrende) stukken te schrijven.

De mogelijkheden zijn eindeloos.

Aernout Casier, 25-01-2013