Ik hoor regelmatig van collega’s en studenten dat spreekvaardigheid een lastig punt is binnen het hedendaagse onderwijs. Natuurlijk geven wij docenten allemaal het goede voorbeeld door vanaf klas 1 louter in het Engels met onze leerlingen te communiceren, of het nou VMBO of VWO is, maar toch… De oefeningen die menig werkboek biedt, gaan niet veel verder dan het nazeggen van enkele standaardzinnetjes. Creativiteit wordt zo niet tot nauwelijks aangesproken en betekenisvol is het geheel al helemaal niet.

Vaak proberen we daarom opdrachten te ontwerpen om de leerling aan het praten te krijgen en de bestaande weerstand te doorbreken. Niet zelden met beperkt resultaat. Aan de andere kant praten ze soms zoveel uit zichzelf dat we ze nauwelijks tot bedaren kunnen brengen. Hoe kan dat?

Het magische (ant)woord is “concern”. Zorg dat je les iets doet met je leerling. Hoe? Door de leerling erbij te betrekken. Niet door thuis, van achter je bureau, gekunstelde opdrachten te bedenken waarvan jij vindt dat ze aansluiten bij hun belevingswereld, maar door te vragen wat hen bezig houdt. Maak ze nieuwsgierig. Hou je opdracht zo vrij dat ze hem zelf in kunnen vullen. En als niet de hele klas hetzelfde doet (een logisch gevolg), laat ze dan aan elkaar rapporteren wat ze gedaan hebben, wat het hen opgeleverd heeft of hoe ze het ervaren hebben.

Nog te lastig? Kijk dan eens bij de links op deze site. Daar vindt je verwijzingen naar enkele spelletjes die je vrijwel het volledige werk uit handen nemen. Hieronder vind je van elk van hen een korte omschrijving.

Met Rory’s Story Cubes hebben de leerlingen letterlijk zelf hun lot in handen, kun je eindeloos variëren, en zijn ook verschillende werkvormen denkbaar. Zo kun je de dobbelstenen via een webcam op een scherm projecteren en er een klassenactiviteit van maken (de zogenaamde shout-out). Je kunt ook je leerlingen als groep of juist als individu een verhaal laten maken, en dan weer een ander op dat verhaal voort laten borduren. Je kunt de drie verschillende sets dobbelstenen mengen, je kunt een begin en een eind vastleggen, en vervolgens het verhaal als een lopend vuurtje door de klas laten gaan. Je kunt de 9e dobbelsteen “geheim” houden en pas als de andere acht in het verhaal verwerkt zijn laten zien, waarna de leerling wellicht een verrassende wending aan zijn verhaal moet bedenken. Noem maar op. Kort, gevarieerd en daardoor zéér krachtig. [A1-C1]

Het spel Dixit biedt zowel jou als je leerlingen minstens zo veel vrijheid. De 84 kaarten uit het basisspel vertonen elk een totaal ander plaatje, en het is – misschien zelfs in sterkere mate dan bij de Story Cubes het geval is – aan de creativiteit van de leerling om de kaart te beschrijven. Of er een verhaal bij te bedenken. Eventueel de kaart aan een literair werk, een (recente) gebeurtenis, of een medeleerling, docent of beroemdheid etc te koppelen. De mogelijkheden zijn legio. En mochten ze toch uitgeput raken, dan zijn er enkele uitbreidingen beschikbaar met telkens weer 84 unieke kaarten. [A2-C1]

Fabula lijkt in eerste instantie een wat langer durend en een geleider spel dat wat meer van de leerlingen vraagt. Het verhaal dat ze moeten produceren zal nu, naar alle waarschijnlijkheid, wat langer zijn, en ze moeten bij een gestructureerder begin aansluiten. Bovendien is er iemand die een oordeel moet vellen, hoor ik je denken. Los van dat dat op zich niet nadelig hoeft te zijn, staat je ook hier de precieze invulling je natuurlijk weer geheel vrij. Het gaat erom dat de creativiteit aangesproken wordt, dat er een verhaal op tafel komt. Of dat nou individueel, in groepjes of klassikaal gebeurt, dat doet er uiteindelijk niet toe. Punten toekennen mag, maar is helemaal niet nodig. Plus: het is een mooie gelegenheid voor de sterkere leerlingen om de wat zwakkere bij te staan. [B1-C1]

Black Stories is dan weer een spel dat zich eigenlijk wat meer op de nieuwsgierigheidscomponent richt, en wat minder op de (variatie in) taalproductie. Het is aan de (groep) leerlingen om een raadsel op te lossen. Hiertoe moeten ze vragen bedenken (grammar, anyone?) en die aan de Story Master stellen, die vervolgens alleen met ja of nee mag antwoorden. Samen lossen de leerlingen het raadsel (de moord) op. Dit bevordert het laterale denken, evenals het samenwerken, natuurlijk. [A2-C1]

Het laatste spel dat ik hier benoem, is Once Upon A Time. Ook dit is weer een spel waarbij het verhalen-vertellen centraal staat, maar in tegenstelling tot enkele van de eerder genoemde spellen, zijn het hier geen afbeeldingen die sturend zijn, maar de tekstuele aanwijzingen op de kaarten. Ook is er bij dit spel wat meer mogelijkheid tot interactie, aangezien de anderen uit een groepje (of klas) in mogen breken in het verhaal dat een leerling vertelt, om het met behulp van hun kaarten een wending te geven en het verhaal tot een succesvol einde proberen te brengen. Tot iemand anders hen natuurlijk weer onderbreekt. Dit maakt dat luistervaardigheid automatisch een belangrijkere rol speelt dan bij de andere vier spellen. [A2-C1]

Veel plezier!