Eind 2012 was er plots veel woede in Nederland. Twee tragische zelfdodingen van gepeste jongeren in korte tijd. Dat kon niet. De publieke verontwaardiging richtte zich al snel op de jeugd en de scholen. Hoe kunnen die jongeren… Het is hun schuld dat… Die docenten hadden toch… Het is schandalig hoe…

Met verwijten maken komen we echter nergens. Met paniekvoetbal evenmin. Pesten is – helaas – van alle tijden. Ik kan er – eveneens helaas – over meepraten. In plaats van af te wachten tot het weer ergens misgaat, zou ik daarom het volgende graag zien: begin over pesten, vóór het pesten begint.

Hoe? Een krachtig middel is het persoonlijk maken. Wat zijn jouw eigen ervaringen betreffende dit onderwerp? Wil je het daar liever niet over hebben, maakt dan gebruik van de bruikbare, korte filmpjes waar het web vol mee staat. Erg efficiënt is [dit filmpje] over de effecten van pesten. Wegens de geringe taligheid en het buitengewoon sterke beeld is het zeer geschikt om al in de onderbouw te tonen. In nog geen twee minuten laat het via de ondertussen waarschijnlijk bekende parabel van het verkreukelde papiertje, de blijvende gevolgen van pesten zien.

Een aardige, confronterende activiteit hieraan voorafgaand kan zijn dat je iedereen een vel papier geeft, plus de instructie het te verkreukelen. Naar verwachting zullen je leerlingen, zonder vragen te stellen, enthousiast aan de gang gaan. De een nog ferventer dan de ander. Laat ze even, moedig ze misschien zelfs aan. Geef het voorbeeld. Smijten, stampen, alles mag. Pak na een minuut of vijf de rust terug en laat ze het papier weer volledig glad strijken. Laat ze ontdekken en verwoorden dat dat een onmogelijke opdracht is en dat er altijd sporen van kreukels achter zullen blijven. Stel vervolgens de vraag: waarom hebben jullie dat verkreukelen eigenlijk gedaan? Wat heeft het papier jullie misdaan? Spreek uit dat je gezien hebt dat leerlingen elkaar aanspoorden en beïnvloedbaar waren. Dat ze plezier hadden in een activiteit waarbij ze iets schade toe brachten. Laat dan het filmpje zien, om het vervolgens over pesten en groepsdruk te hebben. En de gevolgen ervan. Een mogelijke afsluiter is dat je ze, individueel een tweet aan je mentor/ouders/de wereld over pesten laat schrijven. Hierdoor keert ook de rust terug en kunnen je leerlingen individueel reflecteren op de les. [A2-B2]

Een ander bruikbaar, maar wat confronterender en duisterder filmpje is het onderstaande. Het sluit pijnlijk goed aan bij de actualiteit. De gepeste jongen hangt zichzelf aan het eind op bij zijn school, “in front of his hell”. Vanwege de aard van het filmpje en het feit dat het verteld wordt in de vorm van een gedicht, lijkt dit mij vooral bruikbaar voor de wat oudere leerlingen.

Bij deze video kun je een gap fill-oefening maken (ivm de relatieve voorspelbaarheid van een gedicht kun je zelfs predictive reading laten doen) of luisteropdrachten geven. Ook kun je een andere afloop laten bedenken. Geef je leerlingen de opdracht om in een groep of in tweetallen te hebben over wat zij zouden doen als een van hen de persoon in kwestie was. Of iemand uit zijn/haar klas. Wat vinden de leerlingen dat de rol van de docent zou moeten zijn? Koppel er, ten slotte, een kleine schrijfopdracht aan, waarin ze bijvoorbeeld een briefje schrijven aan de gepeste jongen. [B1-C1]

Een laatste, meer aan de verbeelding overlatend filmpje, is gebaseerd op het boek A peacock in the land of penguins. Dat verklaart – inderdaad – meteen de titel van mijn blog. Ik plaats hier twee verschillende versies van deze fabel. [De eerste] is geanimeerd en gesproken, maar helaas slechts een trailer. De versie die je onderaan deze blog vindt, biedt het verhaal met plaatjes en geschreven in plaats van gesproken tekst aan. Beide filmpjes laten zien dat individualiteit en verscheidenheid juist gekoesterd moeten worden. Ze zijn daardoor bruikbaar om naast pesten, bijvoorbeeld ook multiculturaliteit en homosexualiteit te bespreken. Het feit dat de setting een bedrijf is, biedt bovendien de kans om naast verscheidenheid ook toekomstperspectieven en samenwerken ter sprake te brengen.

Zoals gezegd is de boodschap hier abstracter. Dat maakt het filmpje waarschijnlijk wat minder geschikt voor de jongere leerlingen, ook al kun je dat ook zien als een uitdaging voor ons als docent. Ik zou hoe dan ook beginnen met de titel. Laat ze daar maar eens over brainstormen. Welke verwachtingen roept die op? Wat is typisch aan een pauw? En aan een pinguïn? Waar associëren ze beide vogels mee? Met welke soort hebben ze het meest gemeen? En waarom? Waarom is een pauw tussen de pinguïns opvallend? Het filmpje zelf nodigt – zo vind ik – uit om de klas in verschillende groepen met elk een verschillende werkvorm aan de gang te gaan. Denk aan mindmappen, samenvatten, rollenspel, diary entries, moodboard, talkshow, een afloop schrijven, etc. Ter afsluiting kunnen de producten gepresenteerd worden aan de rest van de klas. [B1-C1]

Via een verscheidenheid aan opdrachten bij verscheidenheid stilstaan. Dat lijkt mij een win-winsituatie.